Typische Treinreizigers

Het is 11:25 als ik in Nijmegen uit de trein stap. Over exact twee minuten vertrekt mijn volgende trein, de intercity met eindpunt Schiphol, helemaal aan de andere kant van het perron.
Ik kan gaan rennen, omdat ik het dan wel haal, wat met lopen niet zeker is. Zeker de helft van de treinreizigers die diezelfde trein van 11:27 hebben, kiest er dan ook voor om, zodra de treindeuren opengaan, uit de trein te springen, en een kort sprintje te trekken naar de andere kant van het perron.

Als je die trein niet zou halen, zou je een klein kwartiertje moeten wachten op de volgende trein. Maar nee, veel Nederlandse treinreizigers kiezen er dan voor om ‘t op een hollen te zetten. Met hun ’s ochtends gesmeerde boterhammen en abonnementskrant in hun tas, rennen ze voor de trein. Bang zijn om tien minuten later bij hun bestemming aan te komen.

Verder lezen

Mijn boekenplank

Ik werp een blik op mijn boekenplank: wat een rommel. Vroeger was het nog zo verzorgd allemaal. Mijn boekenplank was netjes geordend in twee stapels: links de boekenstapel met alle vakken die te maken hebben met iets dat lijkt op een taal, rechts alle anderen. Dit was overigens makkelijk sorteren, want de taalvakken had ik met een ander kaftpapier gekaft dan de rest van de vakken. Je leest het goed, vroeger kaftte ik mijn boeken. Schriftjes met aantekeningen zaten netjes in mijn boeken gevouwen, en toetsen werden bewaard. Was er vroeger wat betreft mijn schoolspullen nog niet zo veel te merken van mijn rommelige karaktereigenschap, dat is nu tegen het einde, namelijk mijn eindexamenjaar, wel anders.

Verder lezen

“Verder vindt ik privé een goed blad. Groeten Joost Schreurs”

Omdat ik nog heel even minderjarig ben, kan het nog. De basisschool. Groep acht. Toen je nog letters aan elkaar moest schrijven, en naar de meester luisterde.

Laatst vond ik namelijk zomaar, ergens bovenop een stoffige plank, een retro schrift van school. Voorop stond: ‘Joost Schreurs, groep 8a, Taal’ (Taal heette dat, ja. We hadden geen rare vreemde andere talen dan Nederlands, dus Nederlands heette gewoon Taal). Met grote verwachten sloeg ik de bladzijde open. En toen. Letters, zomaar, netjes aan elkaar. De hoofdletter S schreef ik heel raar. Ik werkte netjes. Ik las de eerste opdracht door.
Het was het begin van dat schooljaar. Op 4 september 2003, om precies te zijn, kreeg ik een opdracht voor het vak Taal. Een brief schrijven naar het blad privé. Hoe dat er uitzag.. ?
Verder lezen

We gaan allemaal deaudt.

De E-reader. Onder de Yanks inmiddels razend populair. Bol.com probeert ons de E-reader met haar duizenden advertenties ook aan de man te brengen.
Slim van bol.com, want aangezien ze een enorm marktaandeel hebben in boeken en dvd’s, moet het ook niet zo moeilijk worden om, als iedereen zo’n draagbare bibliotheek heeft, de E-boeken op haar site ook nog eens te verkopen. Nu geef ik ze hierin groot gelijk. Maar in de éénentwintigste eeuw is alles dat een beetje digitaal kan te downloaden. Zo ook de E-books.

Handig, zult u wellicht denken. Inderdaad. Maarrr helemaal niet zo goed voor schrijvers. Kan de entertainmentindustrie wel gaan lopen huilen, de boekenindustrie (Dé term van de jaren ’10, ik weet het zeker!) gaat echt helemaal kapot.
De artiesten zitten meer dan gebakken dankzij de concerten.
Hollywood heeft ook niks te klagen, de bioscoop blijft nog steeds koning.
En de game-industrie: grootse softwaremakers nintendo/sony/microsoft verdienen meer dan ooit aan hun hardware. Ook is het downloaden en het kunnen spelen van games veel moeilijker en kostbaarder dan boeken/muziek/films. Mensen met gedownloade games (mits ze online gaan) worden getrackt en keihard aangepakt.

Nog niks aan het handje, dus. Maar de boeken. Moeten schrijvers voortaan hun geld maar halen uit lezingen? Of hopen dat hun boek wordt verfilmd?
Je zou misschien nog, heel naïef, kunnen zeggen dat je een boek toch echt liever op papier leest. Dat zeg ik stiekem ook. Maar over een jaar of 6-7 hebben alle huishoudens in Nederland tenminste één E-reader. Staan er op de gemiddelde notebook zo’n 300 boeken.  Schrijvers in de bijstand. Boeken worden alleen nog maar geschreven in de hoop dat ze daarmee echt mensen kunnen overtuigen. Maar die zijn we snel, zeer snel, zat.

En dan, dan gaan we allemaal deaudt.

Waar ik dan vrolijk van word

Ik heb het een beetje gehad met het nieuws over Wilders. Losers van de PvdA die duizenden woorden kwijt zijn om duidelijk te maken waarom Wilders dan wel niet zo slecht is. Slim het juiste publiek aanspreken (de moralistische, zichzelf rationeel vindende PvdA’er die toch nooit op Wilders zou stemmen, waardoor je hele betoog nutteloos is), en vooral niet zelf eens gaan denken hoe je het beter aan kunt pakken.

Maar zélfs ook die stukjes, die dan weer attenderen dat Wilders zo groot wordt, omdat die altijd weer in het nieuws komt en wél het juiste publiek weet aan te spreken, ben ik een beetje zat.
Nee. Als ik zou willen zou ik nu dit hele berichtje vol kunnen schrijven over Wilders. En de volgende. En die daarna ook. En nog veel meer. Maar dat doen ik niet.
Nee, beste mensen. Dit bericht, gaat niet over Wilders.

Verder lezen

Walvissen en quasi-idealistisch tuig.

De Sea Shepherds. Wie kent ze niet. Paul Watson en zijn miljoenen volgelingen. Na twee seizoenen Whale Wars op Discovery Channel lijken ze ongekend populair te zijn: Paul Watson en zijn bemanning. Ze jagen in het  jachtseizoen van walvissen. Maar niet op de walvissen, nee op de Japanners. De jappen willen wat walvissen vangen, omdat ze die daar graag eten. De anarchisten van Sea Shepherd zijn het hier niet mee eens, en doen er dan ook alles aan de jacht op walvissen te voorkomen. En dit gaat er soms nog vrij heftig aan toe. De organisatie van Watson lijkt meer en meer aanhangers te krijgen. Een groot deel van de westerse bevolking schaart zich achter hen. Ik ben het hier niet mee eens, met die hele organisatie niet. Dat hele rommeltje is eigenlijk maar quasi-idealistisch tuig. Hieronder leest u waarom. Verder lezen

Joop & Co.

Joop. Het is u niet ontgaan. De opiniesite die moest zorgen voor verscheidenheid op Het Grote Enge Internet. Dat het van belastinggeld wordt betaald, ach, dat doet er helemaal niet toe. Dat Jaap het vrijwel gratis doet, maakt natuurlijk ook niets uit.

Joop. Hét kindje van Fransisco van Jole. De mediaheld die het liefste de rechtse mening van de wereld zou verbannen.

Hijzelf bestrijdt dit echter, en pleit voor een open debat, waarin meningen, ongeacht de kleur, kunnen worden geuit. Zolang er maar geen gescheld in voorkomt, er geen dingen worden gemeld die er niet toe doen en de goede niet sfeer wordt verpest. En dus kiest hij er maar voor om de reacties vooraf te modereren. Schandalig natuurlijk, want op deze manier komt er in werkelijkheid dus niks van al die mooie praatjes terecht. Naast het feit dat Joop helemaal geen artikelen van onbekende schrijvers (lees: onbetaalde) accepteert, ligt er ook nog eens een censuur op de reacties. Deze betreurenswaardige werkelijkheid wordt bevestigd door het verhaal hieronder.

Verder lezen

Quote: Guido Weijers

Guido Weijers. Wat een baas is hij. En hij stond ook nog eens in het Jubileumboek van onze school, het Elzendaal College. Ja, deze grappenmaker heeft bij ons op school gezeten. En nog in Boxmeer geboren en getogen ook nog.

Nou was er een onderdeel ‘Wat je wordt’, waarin het de bedoeling is dat succesvolle voormalig Elzendalers een stukje schrijven over hun leven toen & nu. De meesten zeggen dan hoe leuk het er wel niet was, wat een hechte band ze wel niet hadden met de leerlingen en docenten, en hoe ver ze nu wel niet gekomen zijn. Hoorcolleges geven ergens in Amerika en daar heel trots op zijn. Of stoer een verhaaltje schrijven over 6 jaar lang over de havo doen, daarna de politiek in gaan, het daar best ver schoppen en toch nog maar net modaal verdienen.

Maar nee, het stukje van Guido Weijers daarentegen, was dan toch wel even wat anders. Vandaar dan ook, dat ik de moeite heb genomen zijn stukje in de rubriek ‘Wat je wordt’ van ons jubileumboek ter gelegenheid van het 60 jarige bestaan van onze school, te citeren.

Verder lezen